Embodhiment Projects - Project 'De Blije Doos'

 

 

 

‘De Blije Doos’: De producten en het Pedagogisch beleid:

1: oplossing voor het nijpende tekort, aan gediplomeerde kraamverzorgsters

2: de geschikte locatie van kinderopvang  3: naschoolse opvang

4: ouderworkshops over opvoeden en arbeidsparticipatie te combineren, met moederschap

5: Personele scholingsprogramma’s tbv. professionalisering, met als doel garant te staan voor kwaliteit

6: de Reggio Emilia methode als een visie van pedagogisch beleid.

Alles onder 1 dak bestaat nog niet, in deze vorm. Het lost wachtlijsten op, met een nieuwe locatie en biedt, in bestand voldoende kraamverzorgsters. De particuliere kraamzorg is direct te organiseren, door de ‘ingeschreven kraamverzorgsters’ die, meteen oproepbaar zijn. De kinder- en naschoolse opvang is vlgs. een visie van Pedagogisch Beleid. Wat als doelstelling en voor de ontwikkeling van het kind betekent, om kindvolgend te werken, zoals Reggio Emilia voorschrijft.

Welkom bij De Blije Doos!

De Blije Doos biedt opvang, voor het kleine kind van minimaal 3 maanden tot 4 jaar. En naschoolse opvang, voor het grote kind van 4-12 jaar. Tevens kraamverzorgsters, bij bevalling. Kortom, alles voor het kind onder 1 dak!

Standaard biedt de Blije Doos:
* kleine groepen in kleine kinderdagverblijven
* aandacht voor uw kind
* relatief veel vaste leidsters, geselecteerd op hun liefde voor het opgroeiende kind
* zoveel mogelijk biologische voeding, fruit en babyvoeding en luiers
* speelse vormgeving, creativiteit en hoogwaardig speelgoed
Hierdoor kunnen wij op professionele wijze, een warme en rijke omgeving aan elk kind bieden, voor een gangbare uurprijs. Maak gerust een afspraak om te kijken of uw kind hier past en werkelijk genieten zal!

 

Pedagogische visie

 

A. Uitgangspunt

Waar komt een talent vandaan en waar een beperking? Wij veronderstellen dat elk kind een

bijzondere eigenheid heeft die niet alleen valt te herleiden naar nature en nurture factoren.

Deze aanname heeft praktische consequenties: iedere verschijningswijze van een kind dient

gerespecteerd te worden als een uiting van zijn ‘komaf’, ook als die niet overeenstemt met het

verwachtingspatroon van leraar of opvoeder, of als die verschijningswijze ‘lastig’ is. Het heeft

tot gevolg dat het opvoedingsproces erop gericht is het individuele tot zijn recht te laten

komen. De opgroeiende mens moet ruimte worden geboden om aan de eigen ontwikkelingvorm,

een inhoud te kunnen geven, waarbij de opvoeder een voorwaardenscheppende rol heeft.

 

B. Visie op het werken met kinderen van 0 tot 7 jaar

Op basis van het voorgaande kan de visie op het werken met kinderen als volgt worden

omschreven: Ieder kind is een unieke persoonlijkheid die zijn eigen unieke levensweg zal

gaan en op die manier iets zinvols zal bijdragen aan de wereld. We helpen het kind zelf zijn

eigen unieke vaardigheden, te ontdekken en te ontwikkelen door de wil te stimuleren.

Opdat het later, als volwassene, het doorzettingsvermogen bezit om daadwerkelijk uit te voeren wat

het zich tot doel heeft gesteld. Door bewust de zintuiglijke omgeving van het kind vorm te

geven, door het te omringen met mooie, goede en waarachtige dingen kan het kind een

basisvertrouwen ontwikkelen dat de grondslag vormt voor een positieve levenshouding.

Plezier in het leven maakt het gemakkelijker open te staan voor anderen en geeft de kracht en

de inventiviteit om creatief om te gaan met problemen. In het samenzijn met andere kinderen

leert het kind zich ook sociaal en emotioneel te ontwikkelen. De leid(st)er wil een goede band

met elk kind opbouwen, zodat het zich veilig en vertrouwd voelt en zich optimaal kan

ontwikkelen. Zorg voor andere kinderen, zelfredzaamheid en zelfstandigheid worden

gestimuleerd. Het vrije spel is daarbij voor het jonge kind onontbeerlijk. Daarin worden

belevenissen van thuis en onderweg verwerkt. Vaak is het spel voor het jonge kind de eerste

sociale oefening waarin het andere kinderen ontmoet. Spelen is doen en leren. Spelen is leven

en scheppen, bewegen en sociaal contact maken.

 

 

C. Bijzondere aspecten van de pedagogie

Opvoedkunde vanuit antroposofisch perspectief is herkenbaar aan een

aantal aspecten die van belang worden geacht voor de ontwikkeling van het jonge kind.

Het gaat om:

• Nabootsing

• Rust, ritme en herhaling

• Respect, eerbied en dankbaarheid

• Wils opvoeding

• Het ontwikkelen van de zintuigen: tastzin, bewegingszin, evenwichtszin, levenszin

 

 

Praktische invulling

 

A. De Vertaling naar de praktijk

Vanuit visie handelen in de dagelijkse praktijk vraagt veel van de houding van de opvoeder.

Het vraagt de bereidheid om het kind - telkens weer - open tegemoet te treden. Dat betekent

overigens niet dat er geen grenzen nodig zijn. Juist het aanbieden van specifieke activiteiten

en het afleiden of ombuigen van minder gewenst gedrag nodigen het kind uit tot een vrije en

unieke ontwikkelingsweg.

Vertrouwde thema's en handelingen uit de belevingswereld van het kind geven aanleiding tot

het nabootsen van allerlei bezigheden. Het vegen van de vloer, het poetsen van de tafel, het

bouwen van een huis, is voor een kind vanuit zijn fantasie na te bootsen met een minimum

aan speelgoed. Huishoudelijke activiteiten zijn zinvolle en eenvoudige activiteiten voor het

jonge kind om na te bootsen. Zij worden bewust goed voorgedaan door de opvoeders.

Ook de houding van de leiding en de inrichting van de ruimte zijn belangrijk. Zij dragen bij, samen

met de aard en kwaliteit van de activiteiten, tot het zich geborgen voelen. De belangrijkste

aspecten in de ontwikkeling van jonge kinderen - beweging, schepping en nabootsing -

worden hierdoor ondersteund en gevormd.

Iedere activiteit biedt specifieke mogelijkheden om de ontwikkeling van het kind te

stimuleren en waar nodig het individuele kind extra ondersteuning te bieden. De ontwikkeling

van sociaal-emotionele, motorische en cognitieve aspecten, taalontwikkeling,

zelfredzaamheid en gevoel voor het kunstzinnige en ambachtelijke komen zo aan bod.

 

Voorbeelden van zulke activiteiten zijn:

• poetsen van de tafels

• vegen van de vloeren

• zemen van de ramen

• meehelpen in de tuin

• zagen, schuren, timmeren

• dieren en planten verzorgen

• afwassen en drogen

• vouwen van de was

• strijken

• broodbakken

• appels rapen

• graan malen

• kruipen, wandelen, hinkelen, rennen, klimmen

• pannenkoeken, koekjes bakken

• appelmoes koken

• plakken

• speelgoed en serviesgoed repareren

• vinger- en tafelspelletjes

• tekenen

• schilderen

• bijenwas kneden

• verhalen en versjes vertellen

• zingen

• muziek maken

De meeste activiteiten worden in een dag-, week-, maand- of jaarritme herhaald.

 

B.Dagritme

Het kleine kind gaat nog helemaal op in de beleving van het moment en kent nog niet de

ordenende structuur van de tijd. Daarom is het van belang om het kind enerzijds tegemoet te

komen in zijn behoefte om in alle rust tijdens zijn spel de wereld te ontdekken en in zich op te

nemen, en anderzijds van buitenaf een duidelijke structuur aan te bieden van ritme en

regelmaat. De dag heeft daarom een vast ritme en ziet er als volgt uit (gaarne zelf aanpassen):

 

8.00/9.30 uur binnenkomen; vrij spel tot iedereen er is

9.00/10.30 uur fruit eten

10.30 uur vrij spel/ naar buiten/ activiteit

11.30 uur verhaal voorlezen

12.00 uur lunch

13.15 uur slapen/ rusten

15.00 uur tussenmaaltijd (b.v. sap/ fruit/ cracker)

15.30 uur vrij spel/ naar buiten

16.30 uur opruimen

17.00 uur boekje lezen en naar huis   KDV/NSO is open, op maandag t/m vrijdag, van 8.00 uur – 18.00 uur. 

 

C. Jaarritme

Het ritme in het jaar kunnen de kinderen meebeleven door middel van de jaarfeesten. Deze

zijn sterk verbonden met de seizoenen. De jaarfeesten die met het kleine kind gevierd worden,

komen op een eenvoudige manier tot uitdrukking in liedjes, verhalen en spelletjes. Ook het

lokaal en de ‘seizoentafel’ worden versierd in de bijbehorende stemming en sfeer.

Er worden bekende en wat minder bekende feesten gevierd en elk kennen ze hun eigen

signatuur en gebruiken, zoals lampions, palmpasenstokken, liedjes, verhalen, bloemen, fruit,

kringdansen en speciale maaltijden. Het feest beperkt zich niet tot die ene dag maar strekt zich

uit over weken van voorbereiden en na- beleven.

De jaarfeesten zijn: Sint Maarten, Sinterklaas, Advent, Kerstmis, Carnaval en Pasen.

 

D. Wennen

Het wennen verloopt bij het ene kind makkelijker dan bij het andere. Ook bij ouders speelt het

proces van loslaten een rol. Het verdient aanbeveling om enkele keren uit te trekken voor de

gewenningsperiode en dit stapsgewijs op te bouwen. De eerste stap kan een gezamenlijk

bezoek zijn aan de groep waar het kind naar toe zal gaan.

 

E. Relatie kind - leid(st)er

Een goede kind-leid(st)er relatie ligt aan de basis van kwalitatief goede opvang. Elk kind heeft

hechtingsfiguren in zijn/haar leven nodig om zich goed te kunnen ontwikkelen. De

gehechtheidrelatie is de gevoelsmatige relatie die groeit tussen de opvoeder en het kind. Er

kunnen naast de ouders meerdere personen zijn, waaraan het kind zich gaat hechten,

bijvoorbeeld de leid(st)er in de kinderopvanginstelling.

Vanuit de gehechtheidrelatie met de leid(st)ers ervaart het kind de veilige basis die nodig is

om op eigen houtje dingen te durven ondernemen. Als het kind zich niet zo prettig voelt kan

het terugvallen op deze persoon. De leid(st)ers zijn zich bewust van de gehechtheidrelatie en

gaan hier zorgvuldig mee om. De grootte van de groep is hier op afgestemd en bedraagt

maximaal 12 kinderen.

 

De leid(st)ers proberen door middel van hun eigen gedrag het kind te laten merken dat:

- zijn aanwezigheid op prijs gesteld wordt;

- elkaars eigenheid gerespecteerd wordt;

- er vertrouwen is in elkaar;

- er vriendelijk met elkaar wordt omgegaan;

- er rekening gehouden wordt met elkaar;

- geprobeerd wordt elkaar te begrijpen

 

Huishoudelijke regels

Regels zijn hulpmiddelen en geen onveranderlijke wetten. We gebruiken ze om kinderen en

ouders/verzorgers te laten weten waar ze aan toe zijn. Teveel regels maken het voor de

kinderen niet leefbaar en voor de leiding niet werkbaar. Soms moet er - in overleg - van de

regels afgeweken worden. Wij hechten belang aan de ontwikkeling van een goede

verstandhouding tussen kind, ouders/verzorgers en leiding.

Bij het naleven van de regels wordt het kind zoveel mogelijk op een niet-bestraffende manier

benaderd en abstracte eisen worden vermeden. De leid(st)er biedt het kind een alternatief aan

of komt fantasievol te hulp. De volgende regels zijn van toepassing:

 

Organisatorisch

-Er is een vast dagritme, zodat de herkenningsmomenten voor de kinderen duidelijk zijn.                                        

 -Er wordt alleen aan tafel gegeten.                                                                                                                               

-Er wordt onder toezicht buiten gespeeld.

- Wandelen geschiedt alleen naar speelplaatsen die volledig ontsloten zijn.

- Ouders brengen en halen de kinderen in de groepsruimte, zodat de overdracht van de

verantwoordelijkheid duidelijk is.

 - Kinderen worden meegegeven aan derden indien de ouders/verzorgers daarvan bericht hebben gegeven.

We proberen een kind te leren dat:

- het soms op zijn/haar beurt moet wachten;

- je dingen soms moet delen, bijvoorbeeld speelgoed;

- je naast elkaar kan spelen, elkaar moet kunnen verdragen;

- het niet ‘leuk’ is een ander te plagen of pijn te doen;

- je moet leren klein moment van aandacht te hebben, bv. door naar een kort verhaal te luisteren;

- gillen en schreeuwen niet prettig is;

- je niet overal toegang toe hebt;

- je bij elkaar blijft tijdens het wandelen;

- je niet uit eigen beweging mag oversteken;

- wat je zelf kan doen, je ook zelf doet;

- opruimen er ook bij hoort;

- je eerbied kunt hebben voor mensen, dieren en dingen in je omgeving.

 

Principieel

Kinderen mogen niet:

- met eten gooien of spelen;

- speelgoed opzettelijk kapot maken of ermee gooien;

- knutselactiviteiten op niet daarvoor bestemde plekken uitvoeren;

- met meer dan één kind gebruik maken van het toilet;

- botsen met rijdend materiaal;

- binnen- speelgoed meenemen naar buiten;

- aan de spullen van de leiding komen.

 

Veiligheid

- Kinderen mogen elkaar niet duwen of pijn doen.

- Ze mogen niet met zand gooien, op gevaarlijke dingen klimmen en alleen naar buiten.

 

Hygiënisch

We leren kinderen:

- handen te wassen na het buitenspelen, na bezoek aan toilet, na schilderen en voor het aan tafel gaan;

- dat alleen aan tafel gegeten en gedronken wordt;

- niet te spelen in de toiletten;

- geen zand, sneeuw, ijs- van- buiten te eten.

 

 F. Contact met de ouders

Ouders worden actief bij de instelling betrokken. Wij hechten veel waarde aan goede

contacten met alle ouders en verzorgers om zo te komen tot een optimale samenwerking. De

middelen die we hiervoor gebruiken zijn:

1.Intakegesprek

In dit gesprek ontvangen ouders/verzorgers informatie over de gang van zaken in de

instelling. Eventuele vragen worden beantwoord, een rondleiding gegeven en afspraken                                        

2. Prikbord                                                                                                                                                                

Hierop wordt belangrijke informatie vermeld zoals sluitingsdagen, besmettelijke ziektes,geboorte(kaartjes), bestuurlijke informatie, mededelingen, cursussen, ouderavonden en dergelijke.                                                      

3. Oudergesprek                                                                                                                                                    

Een gesprek om de ouders/verzorgers te informeren over de ontwikkeling van hun kind en ter wederzijdse uitwisseling

4.Ouderavonden

Een aantal keren per jaar wordt een ouderavond georganiseerd waarbij het volgende aan de

orde kan komen: de gang van zaken in de groep, uitdieping van een thema met betrekking tot

de opvoeding, inhoudelijke informatie over de jaarfeesten, knutselen thuis of in de groep.

5. Jaarfeestvieringen

Op de dag van een jaarfeest, kunnen ouders uitgenodigd worden. Hierover is vooraf bericht verspreid.

6. Verjaardagen

Ouders/verzorgers zijn uitgenodigd bij de viering van de verjaardag van hun kind. Er wordt ‘gezond’ getrakteerd.

7. Ouderparticipatie

Ouders kunnenop velerlei gebied participeren. Ter ondersteuning in de groep, aanwezig zijn

bij het vieren van de jaarfeesten, bij de schoonmaak, het onderhoud en dergelijke. Enerzijds

gebeurt dit omdat betrokkenheid van ouders bij de plek waar hun kind vele uren doorbrengt

wenselijk is. Anderzijds vanuit een financieel motief, omdat niet alle taken door betaalde

krachten gedaan kunnen worden. Doordat leid(st)er en ouder(s) taken delen en tot uitwisseling

komen kan een gemeenschappelijkheid ontstaan waarbij de twee werelden van thuis en de

opvang met elkaar in verbinding komen.

 

G. Klachtenprocedure

Regels, afspraken en procedures kunnen helaas niet voorkomen dat ouders soms een klacht

hebben. Klachten zijn altijd bespreekbaar, zullen professioneel behandeld worden en indien

mogelijk verholpen. Verloopt vlgs. een procedure en het formulier voor het indienen van een klacht.

 

H. Toezicht, veiligheid en hygiëne

Zal zijn vlgs.de regels zoals deze gesteld zijn in de Wet Kinderopvang en aanverwante regelgeving.

Ook de GGD en brandweer stellen bepaalde eisen. Gemeente, GGD en brandweer oefenen samen

met de arbeidsinspectie een toezichthoudende en controlerende functie uit.

Als gevolg van wet- en regelgeving wordt het handelen met betrekking tot veiligheid,

hygiëne, ziekte en calamiteiten uitgewerkt in protocollen. Een regelmatige - jaarlijkse - oefening (evt. zonder kinderen) maakt dat iedereen ook weet waar de protocollen liggen, wat er in staat en hoe deze in de praktijk uitgevoerd moeten worden. Zodoende kunnen ze geëvalueerd en eventueel bijgesteld worden.

Het komt voor dat richtlijnen en regels in strijd zijn met andere regels of met de pedagogische uitgangspunten zoals we willen hanteren. In zo’n geval zullen wij met de betreffende instanties in

overleg treden om zo de best mogelijke oplossing te vinden.

 

Pedagogische inspiraties

1.       De ontwikkelingen binnen de reguliere opleidingen pakken langzamerhand steeds meer op van het nieuwe leren. Het nieuwe leren richt zich meer op ondersteuning van natuurlijke leerprocessen. Trefwoorden die daarin centraal staan zijn rijke leeromgevingen, natuurlijk leren, adaptief leren en constructief leren.

2.       De Vrije Schoolpedagogie om hun: 1) evenwichtige aandacht voor ontwikkeling naar hoofd, hand en hart ; 2) hun sterke visie op het belang van ritme. Zowel qua dagritme als evenwicht in spelen door extraverte en introverte bezigheden af te wisselen, zodat in het spelen zelf een ademing ontstaat; 3) hun pedagogische mensbeelden, waardoor je als begeleider meer durft te vertrouwen op de eigen talentontwikkeling van kinderen.

3.       De Gordon pedagogiek om zijn sterk actief luisterende vaardigheden.

4.       De Reggio Emilia benadering om hun sterke vertrouwen in de creativiteit van kinderen en hun gebruik van kunstenaars in de organisatie. De kunstenaars kunnen bijdragen aan de bijzondere vormgeving van de kinderopvang en aan de individuele talenten van de kinderen.

 

Werken in “De Blije Doos’  en de consequenties genoemd in 3 elementen:                                                     1) Zoals bij meerdere kleine kinderdagverblijven vraagt het van de medewerkers een meer actieve veelzijdige inzet. Omdat het er zich minder voor leent om voor een aantal kleine taken aparte mensen in te huren.                2) Het aspect van klein en kleinschalig vraagt een grotere verantwoordelijkheid van de leidsters. Jou humeur van die dag heeft directe invloed op die van een beperkt aantal anderen, dus ook op bezoekende ouders.                  3) ‘De Blije Doos’ zal door verschillende ouders worden bezocht. Sommige ouders bezoeken het om hun specifieke pedagogische inspiratie, anderen om de gezellige sfeer, weer anderen om de biologische voeding. Dit vraagt van de medewerkers een open, flexibele en verantwoordelijke inzet, met respect voor iedereen.

 

Reggio Emilia: ’Children have a hundred languages, and they want to use them all. They learn very soon how difficult it is for this right to be recognized and above all respected. This is why children ask us to be their allies in resisting hostile pressures and defending spaces for creative freedom which, in the end are also spaces of joy, trust and solidarity’

.

 

 

 

 

Mogelijk gemaakt door VistaPrint. Website Hosting voor startende ondernemers.